Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Professionele en informele zorg: samen sterk in infectiepreventie

Gepubliceerd op: 27-03-2025

Kun je een mantelzorger die helpt bij de wondzorg van haar partner vragen de sieraden af te doen? Mag je een vrijwilliger die voor meerdere cliënten zorgt, vragen om geen kunstnagels meer te dragen? Dit zijn lastige vraagstukken voor veel zorgorganisaties. Helder beleid kan duidelijkheid scheppen onder medewerkers én informele zorg.

Rol informele zorg groeit

Wilianne van der Vliet is beleidsadviseur Kwaliteit bij zorgorganisatie Laurens. Zij zegt: ‘We zien de rol van vrijwilligers en mantelzorgers (naasten of familieleden van cliënten) groeien. Informele zorgverleners zijn onmisbaar voor de cliënten. Zij vinden het fijn als er een naaste of vrijwilliger is voor extra aandacht. Informele zorg is steeds meer een onderdeel van de zorg. Daarmee spelen zij dus ook een rol in het voorkomen van de verspreiding van bacteriën en virussen.’ 

Maar vrijwilligers of mantelzorgers van de één op de andere dag vragen geen sieraden meer te dragen of alleen nog maar korte mouwen aan te doen, kan ertoe leiden dat zij zich terugtrekken. En dat is niet wat je wil bereiken.  

Infectiepreventiebeleid voor iedereen

Charlotte Michels is deskundige infectiepreventie en adviseert zorgorganisaties hoe zij hier op een fijne manier beleid voor kunnen maken. ‘Informele zorg biedt vrijwillig zorg en aandacht aan cliënten. Vaak groeit het ‘takenpakket’ en helpt een vrijwilliger of mantelzorger al snel meerdere cliënten met verschillende handelingen. Op dat moment groeit ook het risico op verspreiding van bacteriën en virussen. Het is belangrijk hoe en aan wie je vraagt om deel te nemen aan je infectiepreventiebeleid’, vertelt Charlotte. 

Risico verspreiding infecties inschatten

Daarom is het belangrijk in te schatten hoe groot het risico op het overbrengen van infecties precies is. Er zijn een aantal zaken die daar invloed op hebben. Deze kunnen per organisatie of locatie anders zijn. 

  • Wat is de visie van de organisatie of locatie: Staat veiligheid (minder risico) of vrijheid voorop (groter risico)? 
  • Met hoeveel cliënten heeft een mantelzorger of vrijwilliger contact: Een mantelzorger helpt vaker één cliënt (zijn of haar naaste), dus zorgt voor minder risico. Een vrijwilliger helpt al snel meerdere cliënten, dus dat zorgt voor een groter risico op verspreiding. 
  • Hoe intens is dat contact dan: Drinkt de mantelzorger, naaste of vrijwilliger alleen een kopje koffie (minder risico) of helpt de informele zorgverlener ook met wassen en naar het toilet gaan (groter risico)? 
  • Wat is de wens van de vrijwilliger of mantelzorger: Zien informele zorgverleners de noodzaak in van extra handen wassen of desinfecteren (minder risico) of vinden ze het overbodig (groter risico)? 
  • Wat is de wens van de bewoner: Wat vindt de bewoner? Vindt die het juist fijn als informele zorgverleners zo veilig mogelijk werken (minder risico) of is gezelligheid belangrijker (groter risico)? 

Wilianne: ‘Toen wij van Vilans de werkplaats ‘Informele zorg en infectiepreventie’ tegenkwamen, besloten wij daaraan mee te doen. Tijdens deze bijeenkomsten konden verschillende zorgorganisaties hun ervaringen met elkaar delen en gaf Charlotte Michels een presentatie hoe je kunt inschatten hoe groot het risico op verspreiding bij jouw informele zorgverleners is.’ 

Ken de familieleden en je vrijwilligers

Vanuit Laurens was er al beleid gemaakt op infectiepreventie voor informele zorg. ‘Voor informele zorgverleners die alleen voor hun eigen familielid of naaste zorgen, dit zijn meestal mantelzorgers, gelden geen aanvullende regels. Wel adviseren we hen over bijvoorbeeld goede handhygiëne. Voor vrijwilligers gelden er, als zij alleen sociaal contact hebben, ook geen extra maatregelen. Een informele zorgverlener moet zich wél aan aanvullende hygiëneafspraken houden bij intensief zorgcontact in relatie tot contact met meerdere cliënten, bij verwacht contact met lichaamsvochten, het bereiden of verstrekken van voedsel en bij isolatie- en uitbraaksituaties’, vertelt Wilianne. 

Ze vervolgt nog: ‘Bij Laurens vinden wij het erg belangrijk de vrijwilligers en mantelzorgers niet te overvragen en verduidelijkt het gekozen beleid. Iemand die alleen een spelletje speelt of alleen de bloemen op de afdeling verzorgt, hoeft zich niet aan strenge maatregelen te houden. Maar iemand, en dat kan ook een mantelzorger of naaste van een cliënt zijn, of een vrijwilliger, die meerdere cliënten helpt met wassen en aankleden, juist weer wél.  "Ken je vrijwilliger" zeggen wij altijd. Het is maatwerk. Per vrijwilliger of mantelzorger kan het anders zijn wat je van hem of haar vraagt.’ 

Charlotte vult aan: ‘Het is goed te inventariseren welke vrijwilligers een uitgebreider takenpakket hebben en een groter risico vormen. Vervolgens leg je hen het risico uit, zodat ze begrijpen waarom die extra maatregelen aan hen gevraagd worden. Je kunt heel duidelijke afspraken maken bij welke handelingen extra hygiënemaatregelen nodig zijn en hen bekend maken met deze maatregelen in de praktijk. 

Tips vanuit zorgorganisatie Laurens

  • Ken je informele zorgverleners (familieleden, naasten, mantelzorgers en vrijwilligers) 
  • Leg duidelijk uit waarom er aanvullende hygiënehandelingen van hen gevraagd worden 
  • Geef met elkaar (dus ook het professionele personeel) het goede voorbeeld 

Het ‘waarom’ is de truc

‘Wij hebben onze coördinatoren Informele Zorg nauw betrokken bij het uitrollen van het beleid,’ zegt Wilianne. ‘Tijdens vrijwilligersbijeenkomsten en familie-avonden leggen zij, samen met een kwaliteitsverpleegkundige, goed uit dat de gezondheid van onze bewoners kwetsbaar is en hoe ziekteverwekkers overgedragen worden. We merken dat als de informele zorgverleners ‘het waarom’ begrijpen, zij het juist heel graag goed willen doen. Zij willen voorkomen dat zij mogelijk de bron van een uitbraak zijn. Dus dan is de vraag om sieraden af te doen ineens veel minder erg’, zo heeft Wilianne ervaren. 

Wil je informele zorgverleners betrekken bij handhygiëne?

Download dan de toolbox ‘Informele zorg en handhygiëne’. Hierin zitten posters om informele zorgverleners te wijzen op hygiëne, een folder over het belang van handhygiëne en wanneer je dit moet toepassen en een opzet voor een familieavond om infectiepreventie op de agenda te zetten. 

Samenwerking met informele zorg

Het is belangrijk dat medewerkers en informele zorg samen aan hygiëne denken en elkaar hierin ondersteunen. ‘Als de zorgmedewerkers wél sieraden blijven dragen, is het natuurlijk lastig om van vrijwilligers en mantelzorgers te vragen deze wel af te doen…’, zegt Charlotte. ‘Vrijwilligers hebben de medewerkers nodig en de medewerkers de vrijwilligers. Beide doelgroepen moeten het dus samen doen en elkaar ondersteunen om het tot een succes te maken.’ 

Stappen voor een goede samenwerking met informele zorg bij infectiepreventie

Breng in kaart hoeveel en welke handelingen door familie en vrijwilligers uitgevoerd worden (samen koffiedrinken, spelletjes doen, ondersteunen bij toiletbezoek, aankleden, wassen, verschonen et cetera). 

  • Bedenk of jouw organisatie een visie heeft op infectiepreventie en de samenwerking met informele zorg. Zo niet, begin dan met het vormen van een visie op beide onderwerpen. Als die visie er al wel is: begin dan met het opstellen van een hygiënebeleid voor informele zorg. 
  • Stel samen met collega's, familie en vrijwilligers een hygiënebeleid op voor informele zorg.
  • Bedenk hoe je dit beleid naar de werkvloer vertaalt en ook in praktijk brengt. 
  • Zet bijvoorbeeld je coördinatoren Informele Zorg of vrijwilligers in. 
  • Leg vooral ‘het waarom’ goed uit aan je doelgroep. 
  • Vraag zorgmedewerkers het sámen met de vrijwilligers te doen en elkaar op de werkvloer te ondersteunen.